4 min

In jouw onderzoek kun je de deelnemers vragen om een onderwerp beeldend te maken door het bijvoorbeeld te tekenen. Sommige deelnemers zijn beter in het visualiseren van hun mening, gedachtes en/of gevoelens in plaats van deze goed te verwoorden. Wanneer je tekeningen wilt gebruiken, is het belangrijk dat je met de deelnemer in gesprek gaat over diens tekening. Alleen op die manier kun je achter de betekenis die de deelnemer aan het beeld geeft komen.

tip Het tekenen van een mindmap en het maken van een netwerktekening zijn ook voorbeelden van tekenen. Bedenk vooraf goed wat je de deelnemers wilt laten tekenen om zo goed mogelijk in gesprek te kunnen gaan over jouw onderzoeksthema.

Deze werkvorm kan bijvoorbeeld gebruikt worden bij jongeren. Via een tekening kunnen zij hun visie en mening op hun eigen manier uiten. Het gebruik van zo’n werkvorm kan de afstand tussen de onderzoeker en de deelnemer verkleinen. De vraag iets te tekenen is veel opener dan een mondelinge vraag en stelt de deelnemer in staat om dingen te verbeelden die dicht bij diens belevingswereld liggen.

Stappenplan

1.

Bedenk het thema waar je meer over wilt weten. Dit kan je onderzoeksvraag zijn, maar de tekeningen en het gesprek kunnen ook over een deelvraag gaan.

2.

Leg contact met de mensen die je wilt vragen om mee te doen en licht aan hen toe hoe het onderzoek in zijn werk zal gaan.

3.

Regel enkele praktische zaken: een geschikte locatie, tekenmateriaal, iets te drinken, zorg ervoor dat je een geluidsopname kan maken, enzovoort.

4.

Help de deelnemers bij de start van de sessie op weg door een stimulus te geven waar zij over kunnen tekenen. Je kunt bijvoorbeeld een relevante video laten zien, hen een discussie over het onderwerp laten voeren, enzovoort.

5.

Vraag de deelnemers om een tekening te maken over het specifieke thema. Het is de bedoeling dat de tekening laat zien hoe zij denken of zich voelen over dat thema.

6.

Als de tekening af is, vraag dan of de deelnemers een aantal woorden opschrijven of benoemen die de tekening beschrijven.

7.

Ga met de deelnemer in gesprek over de tekening en de beschrijving. Het kan helpen om een interviewleidraad te gebruiken, waarin je vooraf een aantal vragen opstelt die je wilt stellen.

8.

De tekening, de beschrijving en het gesprek daarover kunnen vervolgens gebruikt worden als informatie voor jouw onderzoek.

9.

Werk na het gesprek zo snel mogelijk je notities en de geluidsopname uit, zodat het gesprek nog vers in je geheugen zit.

Bronnen

Hier vind je de bronnen die we voor de beschrijving van deze werkvorm hebben gebruikt. Daarnaast vind je hier bronnen waarin je meer kunt lezen over de werkvorm, en/of voorbeelden van onderzoek waarin de werkvorm is toegepast.

Baarda, B. (2012). Creatief communiceren met kinderen. Theorie en uitgewerkte voorbeelden. Noordhoff Uitgevers

Besemer, M. & de Fluiter, I. (z.d.). Let’s get visual – (samen) tekenen in de jeugdzorg. Via https://www.schetswinkel.nl/lets-get-visual-jeugdzorg/

Kara, H. (2015). Creative Research Methods in the Social Sciences. A practical guide. Bristol: Policy Press

Matthijssen, M. (2019). Creatieve technieken in kwalitatief onderzoek. Rotterdam: Marion Matthijssen | onderzoek & training

van Heijst, P., de Vos, N.  & Keinemans, S. (red.) (2019). Arts-Based Research voor het sociaal domein. Bussum: Uitgeverij Coutinho

Visser, K. (2021). Tekenen, knutselen of aan de slag met LEGO? Betrekken van kinderen in onderzoek met behulp van creatieve methoden. Geraadpleegd op 20 januari 2022, van https://www.kwalon.nl/2021/02/18/tekenen-knutselen-of-aan-de-slag-met-lego-betrekken-van-kinderen-in-onderzoek-met-behulp-van-creatieve-methodenkirsten-visser/

Andere werkvormen

Terug naar overzicht

1# Photovoice

2# Woordassociaties

3# Wandelgesprekken

4# Vignetten

5# Focusgroepen

6# Storytelling

7# Stellingen

Terug naar overzicht