5 min

Om antwoord te krijgen op jouw onderzoeksvragen kan het helpen om degene met wie je in gesprek gaat stellingen voor te leggen om het gesprek op gang te helpen of verdieping te geven. Deze stellingen hebben altijd betrekking op het onderwerp waar je onderzoek naar doet en kunnen op verschillende manieren gebruikt worden. Zo kan je bijvoorbeeld stellingen maken die de deelnemer op volgorde van belangrijkheid moet leggen, of je vraagt of iemand het eens of oneens is met de stelling. Wanneer je stellingen wilt gebruiken in een interview is het belangrijk dat je duidelijk één manier kiest hoe deelnemers om moeten gaan met de stellingen.

tip Stellingen kunnen ook gebruikt worden voor een verkenning van je onderzoeksthema. Je gebruikt deze werkvorm dan om een beter beeld te krijgen over het thema, om vervolgens een verdiepende onderzoeksvraag te kunnen formuleren.

Stellingen kunnen helpen in een één-op-één gesprek, maar ook in een groepsgesprek. In beide gevallen gebruik je stellingen om meer te weten te komen over hoe deelnemers denken over een onderwerp. In een groepsgesprek kunnen stellingen er ook nog eens voor zorgen dat deelnemers gemakkelijker met elkaar in gesprek gaan over de stellingen. Net als bij andere creatieve werkvormen staan stellingen nooit op zichzelf, maar worden deze altijd gebruikt om verdiepend het gesprek aan te gaan over het onderzoeksthema.

Stappenplan

1.

Bedenk het thema waar je meer over wilt weten. Dit kan je onderzoeksvraag zijn, maar de stellingen en het gesprek kunnen ook over een deelvraag gaan.

2.

Leg contact met de mensen die je wilt vragen om mee te doen en licht aan hen toe hoe het onderzoek in zijn werk zal gaan. Je kunt de gesprekken individueel voeren, of in een groep.

3.

Regel enkele praktische zaken: een geschikte locatie, iets te drinken, zorg ervoor dat je een geluidsopname kan maken, enzovoort.

4.

Bedenk minimaal 4 en maximaal 20 stellingen over je onderzoeksthema die je met ‘eens’ of ‘oneens’ kan beantwoorden. Denk hierbij goed na over de volgorde waarin je ze gaat voorleggen. Begin met meer algemene of wat gemakkelijkere stellingen.

5.

Vraag de deelnemers om de stellingen A) een voor een te beantwoorden, of B) de stellingen voor zich te leggen op volgorde van belangrijkste tot niet relevant. Hoe je deze stap uitvoert is afhankelijk van de manier waarop je stellingen wilt gebruiken in je onderzoek.

6.

Zorg dat je goed vastlegt wat de deelnemers met de stellingen doen. Neem bijvoorbeeld een foto van een hiërarchische volgorde, of noteer met welke stellingen de deelnemers het eens en oneens zijn.

7.

Ga in gesprek met de deelnemers over de uitkomst van de stellingen. Het kan helpen om voor deze stap een interviewleidraad te gebruiken.

8.

Werk na het gesprek zo snel mogelijk je notities en de geluidsopname uit, zodat het gesprek nog vers in je geheugen zit.

Bronnen

Hier vind je de bronnen die we voor de beschrijving van deze werkvorm hebben gebruikt. Daarnaast vind je hier bronnen waarin je meer kunt lezen over de werkvorm, en/of voorbeelden van onderzoek waarin de werkvorm is toegepast.

Berg, J., Rijnders, J., Veldboer, L., & Metze, R. (2017). Gedeelde concepten, verschillende concepties: SamenDOEN professionals en hun opvattingen over eigen kracht en over het samenwerken met informele partijen. Hogeschool van Amsterdam, lectoraat Outreachend Werken en Innoveren.

Jedeloo, S. & van Staa, A. (2009). Q-methodologie, een werkelijke mix van kwalitatief en kwantitatief onderzoek? KWALON, 12(2), 5-15.

van Exel, J. & de Graaf, G. (2015). Nieuwsgierig naar meningen of visies? Gebruik Q-methodologie! Op: PlatformPraktijkontwikkeling.nl. WOSO: Utrecht.

Watts, S. & Stenner, P. (2005). Doing Q methodology: theory method and Interpretation. Qualitative Research in Psychology, 2, 67-91.

Andere werkvormen

Terug naar overzicht

1# Photovoice

2# Woordassociaties

3# Wandelgesprekken

4# Vignetten

5# Focusgroepen

6# Storytelling

8# Tekenen

Terug naar overzicht